Posted on

Verdwalen

Het begon op een mooie zomeravond dat ik geen zin had om te voetballen. We hingen na het eten met een glas wijn op de bank. Zoon van negen rent om ons heen. “Kom, naar buiten, voetballen”. Hij is niet te stoppen.  Er moet beweging komen, het wordt een fietstocht. Met tegenzin sleep ik mezelf van de bank naar buiten. Ik besef nog niet dat een ritueel ontstaat dat deze zomer zal tekenen. Onze avondlijke fietstochten worden gezamenlijke avonturen waar ik iedere keer ontspannen en vol energie van terugkeer.

Ik geniet van het prachtige licht, de lange schaduwen. Maar vooral van de manier waarop we fietsten. De opdracht is om te verdwalen. Om door straten te fietsen waar we nog nooit zijn geweest. We ontdekken heel nieuwe gebieden, vlakbij ons eigen huis. Ik word meegenomen door een negenjarige en kijk door zijn ogen naar de wereld. We fantaseren over de mensen die achter de gevels wonen. We lachen om de mensen die op een kluitje in de rook zitten te barbecuen. We proeven de sfeer in verschillende parken. We weten nooit precies waar we uitkomen en soms lukt het om te verdwalen. Ik voel dat er iets in mij ontspant en kijk weer met nieuwe aandacht om me heen. Nieuwsgierig en zonder vooropgezet doel. Eigenlijk precies de innerlijke houding is waar Otto Scharmer (Theorie U) op doelt als hij spreekt over “het lege midden”. De plek waar creativiteit ontstaat. En dan herinner ik me de woorden van Julia Cameron:” An adventure does not need to be large or intense to be adventurous or nutricious.” Zo Waar.