Geplaatst op

Lui zijn is reuze fijn

Zes of zeven jaar was ik. En Pippi was mijn grote held. Pippi durfde alles. Zelf leek ik meer op het verlegen buurmeisje, Anika, die met grote ogen vol afschuw riep: “maar Pippi, dat mag toch niet!”. Het heeft lang geduurd voordat ik de regels durfde te breken.

Van buiten was ik al vroeg een rebel en lapte alle conventies aan mijn laars. Maar van binnen had ik een strenge dictator die me met ijzeren hand probeerde te regeren en die me voortdurend in de gaten hield.

Lui zijn was lang één van de doodzonden in mijn innerlijke wereld. Mijn vrienden lachen me uit als ik zeg dat ik lui ben, maar ik weet wel beter. Als ik er niet bovenop zit, dan doe ik niets. Stel alles uit. Staar uit het raam, kan urenlang lezen, kletsen met vriendinnen, beetje rommelen. Dat moet met harde hand in toom worden gehouden.

Ondertussen hoor ik mezelf steeds vaker een loflied zingen op de luiheid. Adviseer ik mensen om minder hard te werken. Om pauzes te nemen. Leg ik vol vuur uit dat juist die momenten van ledigheid het meest vruchtbaar zijn voor het creatieve proces. En ik ben niet de enige, dit stuk in het NRC: Een goed idee nodig: Relax! gaat daar bijvoorbeeld ook over.

Lanterfanten loont.

Begrijp me niet verkeerd: ik ben niet tegen hard werken. Maar nieuwe ideeën ontstaan niet als ik alles vol plan. Er is ruimte nodig voor het onverwachte, het niet geplande, het niet productieve. Te veel ‘moeten’ ontdoet alles van zijn glans.

Het blijft  zoeken naar de juiste dosering, de juiste timing. Maar Lui zijn betekent bijna nooit ‘niets doen’. Vrienden opzoeken, plantjes water geven, wandelen of tekenen; eigenlijk doe ik de leukste dingen als ik ‘lanterfanter’.

Spijbelen is goed voor de ziel, denk ik wel eens. En mijn lievelingslied van Pippi ging over luiheid. En toen ik het opzocht, hoorde ik tot mijn verbazing dat het werd gezongen door Anika, het  bange buurmeisje.

Lui zijn is reuze fijn,
zeg wie vraagt er nog om werk?
De zon schijnt op de vlindertjes,
er staan bloempjes in het perk

Lui zijn is reuze fijn
lieve moeder laat me gaan,
als ik terugkom zal ik vlijtig zijn,
daar kun je van op aan

Lala, lalalala,
en moeder bakt een tulband
die smaakt de luiaard goed
net als een vlijtig iemand

Lui zijn  is reuze fijn
of je geld bezit of niet
wie dat niet gelooft moet naar school toe gaan
maar ik zing het hoogste lied

Lui zijn is reuze fijn
veel fijner dan de vlijt
de lucht is blauw en het bos is groen
en goud is de vrolijkheid